Abraham Rademaker (1676/77-1735); nieuwe biografische gegevens en een verkenning van zijn getekende werk.

 

English Summary. Draughtsman, painter, printmaker, and print-dealer Abraham Rademaker left behind a large oeuvre in topographical and, landscape drawings and prints. This article presents the results of a study of the major part of Rademaker's drawings (over 350) in Dutch public collections. His techniques and characteristic stylistic features are discussed. After the primary source Van Gool (1750) biographical information has become increasingly incorrect in handbooks. Rademaker was born in 1667/77, not in 1665 as has hitherto been assumed.

This article was originally published 1987 in the Leids Kunsthistorisch Jaarboek .

Kees Kaldenbach

De tekenaar, schilder, prenthandelaar en prentmaker Abraham Rademaker heeft een groot oeuvre van tekeningen en prenten nagelaten. 1. Het grootste deel daarvan heeft topografie als onderwerp, een kleiner deel is landschappelijk of arcadisch van aard. Zijn werk werd vooral in de 18de eeuw zeer gewaardeerd en vond gretig aftrek bij verzamelaars van stads- en dorpsgezichten. Veel verzamelaars stelden atlassen van Nederland of delen van Nederland samen, bestaande uit kaarten, plattegronden en bij dat gebied behorende prenten en tekeningen, welke soms zelfs op bestelling geleverd werden door topografische tekenaars. Deze samenhangende en kostbare collecties werden in de loop van de 19de eeuw veelal weer ontmanteld en op de kunstmarkt gebracht. In de 19de en 20ste eeuw namen openbare collecties - zoals gemeentearchieven en musea - de verzamelende taak over. Als gevolg daarvan bevindt zich een groot aantal topografische tekeningen en prenten van Rademaker in openbare collecties. Een deel is echter nog steeds in particuliere handen. De faam van Rademaker is sinds de 18de eeuw gedaald. In hedendaagse boeken over de 'mooiste' bladen uit gemeentelijke atlassen en andere collecties gaat de voorkeur van de samenstellers meestal uit naar tekenaars die werkzaam waren in het midden van de 18de eeuw.2 Rademaker mag echter gezien worden als een voorman van de tweede, 18de-eeuwse generatie topografische kunstenaars. De eerste, de 17de-eeuwse generatie begon met Claes Jansz. Visscher, Reinier Nooms en anderen, die systematisch geïllustreerde stadsbeschrijvingen en figuratieve kaarten maakten. In de schilderkunst heeft Johannes Vermeer met zijn adembenemende Gezicht op Delft de weg gebaand voor Gerrit Berkheijde en Jan van der Heyden. Aan het begin van de 18de eeuw is deze generatie verdwenen en staat de topografische produktie vrijwel stil. Rademaker heeft met zijn vanaf 1725 in boekvorm uitgegeven prentwerken blijkbaar voorzien in een behoefte en een aanzet gegeven tot de ongeëvenaarde publieke verzamelwoede van topografische afbeeldingen in Nederland. Op Rademaker volgt de grote generatie topografische tekenaars, etsers en graveurs waartoe bijvoorbeeld Cornelis Pronk, Jan de Beijer, Paulus van Liender en Jacob Cats behoren. In de 18de eeuw verschuift het accent van steden naar buitenplaatsen, lusthoven, kastelen en ruïnes buiten de steden. Dit artikel presenteert de resultaten van een studie over circa drie kwart van Rademakers tekeningen in Nederlandse openbare collecties.3

Naast zijn stijlkenmerken worden [in dit artikel] enige door hem gebruikte technieken besproken. Allereerst worden echter de tot nu toe gepubliceerde biografische gegevens kritisch tegen het licht gehouden en vergeleken met recente archiefvondsten. In het bestek van dit artikel worden de prenten van Rademaker echter niet behandeld. Evenmin komen zijn schilderijen aan de orde, dit vanwege het merkwaardige gegeven dat ook in het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie hierover niets bekend lijkt te zijn.4

De eerste en tegelijk meest uitvoerige publikatie over het leven en werken van Abraham Rademaker is - 15 jaar na Rademakers dood geschreven door Jan van Gool in De nieuwe schouburg der Nederlantsche Kunstschilders en schilderessen ... , uitgegeven in Den Haag, 1750. Alles wat sindsdien is verschenen aan handboeken, artikelen en tentoonstellingscatalogi vormt in het beste geval een aanvullende voetnoot-5 maar in helaas de meeste gevallen een in toenemende mate met fouten doorspekte samenvatting van Van Gools tekst.6 Volgens Van Gool werd Rademaker geboren in 1675 te Amsterdam. Deze gegevens worden door alle handboeken overgenomen totdat Obreen (1879) er Lisse van maakt.7 Hij citeert het volgende archiefstuk zonder bronvermelding: 'Abraham Rademaker, van Lis, etser, poorter als getrouwd hebbende Maria Rosekrans, dochter van Laurens Rosekrans, goudsmid, 13 october 1706.' In de doop-, trouw- en begraafboeken van Lisse, die bewaard worden in het Rijksarchief te 's-Gravenhage, is Rademakers geboorte omstreeks die jaren niet te vinden. De geboorteplaats Lisse treffen we echter nogmaals aan in de ondertrouwakte (afb. 2), en staat daarmee wel vast. Abrahams geboortejaar wordt door Van Gool (15 jaar later) èn door de ets van C. van Noorde (afb. 1, 20 jaar later) gegeven als 1675. De ondertrouwakte toont echter aan dat Abraham werd geboren tussen 11 september 1676 en 10 september 1677. Het lijkt eerder aannemelijk dat men zich bij of na het overlijden in het leeftijd vergist dan bij het huwelijk. De enige momenteel bekende bron over Rademakers jeugd is Van Gool. Rademaker, zo lezen we, was als kind al een buitengewoon enthousiast tekenaar,

'altyt bezig met tekenen ( ... ) met zulk een taei gedult en ongemeene naerstigheit, dat hy heele maenden achtereen in huis zat, zonder uitgaen.'

Zijn vader Frederik, glazemaker van beroep, liet hem blijkbaar zijn gang gaan, en door veel oefenen leerde hij het kunstenaarsvak zonder hulp van enig meester. Van Gool beschrijft de stapsgewijze vervolmaking in het kunstenaar- of hy begon zyne Lantschap.

'Naeulyks was hy dezelve kundig, schappen met grootsche Gebouwen, aerdige Ruinen, fraeie Beeltjes en Beesten, en ook wel met allerlei Vogelen, te versieren.'

Ook leerde Rademaker zichzelf met olieverf te schilderen 'zo wel in 't groot als in 't klein'. Tot de grote werken behoort een zijkamer in het huis van zijn vriend de heer Bakker, met behangselschildering- en voorstellende Ischoone Lantschappen en Gebouwen'. Rademaker wordt zelfs door Van Gool sprekend opgevoerd, fulminerend tegen de praktijken van kunsthandelaars en kunstminnaars: Uw naarstige arbeid, zo spreekt hij een collega toe, om uw kunst op een hogere trap te brengen zal vergeefs en ijdel zijn 'zo lang gy geenen aert hebt om wegen en middelen uit te vinden, het zy rechts of slinks, tot het verkregen van goede Vrienden, die uwe Kunst opjagen...' en die dwarsliggers weten om te praten. Met behulp van een vriendenkliek is het mogelijk 'in tegendeel vodden en prullen door eenen zaemgerotten hoop Kunsthandelaers opgejaegt, ten hogen pryze' te verkopen.

Tenslotte geeft Van Gool nog enige karaktertrekken van Rademaker: 'Hy is een Man geweest van een geregelt leven, was wel belezen, en wist met oordeel over de Kunst te redeneren. 'Op het Stuk van Godsdienst schynt hy geheel eigenzinnig geweest te zyn, vermits hy nooit eenige openbare belydenis gedaen heeft.' Na Abrahams huwelijk in 1706 lijken er tot 1724 geen bronnen bekend te zijn.8 Een in dat jaar afgesloten contract gaat over zijn prentwerk en geeft ons - hoewel prenten niet het onderwerp van dit artikel zijn - een blik op zijn aktiviteit. Het betreft een contract tussen de boekhandelaar en drukker Willem Barentz en Solomon Gautier, een koopman uit Londen die 300 koperplaten van Rademaker bezit. Vele bladzijden lang worden de condities beschreven voor het drukken en leveren van het 'Cabinet der Neederlandse Oudheeden en gesigten vervat in drie hondert konst plaaten te koop bij Willem Barentz' met drietalige tekst. De volledige akte is afgedrukt in Kleerkooper (1916) en toont aan, dat Rademaker althans in 1724 niets te maken had met de produktie van het genoemde boek.9 Aangenomen mag worden dat met de overdracht van de driehonderd koperplaten zijn taak over was. In geen van de prentwerken heb ik een tekst van of over Rademaker kunnen aantreffen. Vervolgens lezen we in 1730 over de kringen, waarin Rademakers werk circuleerde. Catharina, de vrouw van de heer Hendrick Bicker, schepen en fiscaal van Amsterdam, ontvangt een legaat van Eva Raye bestaande uit 'alle de landschappen, geschildert door den heer A. Rademaker en mij toebehoorende ... '10 Zoals Van Gool schrijft was de kunstverzamelaar Bakker, drost van Buuren, een 'groot vrient' van Rademaker. In datzelfde jaar verhuizen Abraham en Maria Rademaker naar Haarlem, in de Soetestraat, in de helft van een huis dat getaxeerd werd op fl 300,-.11 Zij wonen daar, net als bij hun huwelijk in de Amsterdamse Utrechtsedwarsstraat, evenmin op stand. In 1732 wordt Abraham ingeschreven in het St. Lucasgilde:

'5 februarij Comparitie gehouden Present Deken en al de vinders (...) acte gepasseert ten behoeve van Abraham Rademaaker konstschilder als vreemdeling en daar voor onfangen 29 schellingen.'

Daarna werd hij op de ledenlijst ingeschreven.12 In Amsterdam òf Haarlem wordt één kind geboren dat vóór de vader overlijdt; hierover is verder niets bekend. Abraham overlijdt zelf op 21 januari 1735 (of, zoals van Gool zegt, de 22e). Bij zijn dood maakt Taco Jelgersma een tekening waarnaar C. van Noorde veel later een ets maakt (afb. l). 13 Deze draagt als ondertitel

'Geboren te Amsterdam Ao 1675 Overl: te Haarlem 1735 1m121d. THJ(elgersma) ad Cadav. delineavit. C.v.Noorde Fe: 1755'.

Het laten maken van een portet na de dood was een niet ongebruikelijke praktijk.14 De overledene kan op twee manieren worden afgebeeld: als cadavrum, ofwel, zoals hier het geval is, als levende, de ogen geopend. In vergelijking tot Rademaker's blozend gezonde zelfportret van enige jaren daarvoor is hij op deze prent sterk vermagerd.15

Abraham, die onkerkelijk is, wordt begraven in de voor dit ter naar doel weinig gebruikte Weeskerk, een diaconaal gebouw in de buurt van Abraham's huis.16 In het Doodboek van Haarlem uit 1735 staat de de volgende akte. 'Den 25. jan: 1735 een opening in de Weeskerk voor Abraham Raademaker No 40 (fl) 0.-.' Het is niet duidelijk waarom voor deze begrafenis niets betaald wordt. Het St. Lukasgilde, waar Rademaker immers lid van was, zou de kosten moeten dragen. Bovendien was de weduwe niet armlastig.17 De openbare verkoop van de nagelaten schilderijen, prenten en tekenin en te Amsterdam leverde ruim 8000 gulden op, schrijft Van Gool.'18

Critici zijn in de 18de eeuw vrij enthousiast over Rademaker. Van Gool prijst zijn braafheid en ijver, zijn 'oordeel en kennis in 't een en ander', vind hem 'geheel een zeldzaam voorbeeld', zodat hij 'met billykheit onder het getal myner Kunstgenoten verdient geplaetst te worden.' In zijn artikel over Van Gool als kunstcriticus schrijft De Vries dat deze een onderscheid maakt tussen twee soorten tekenaars.19 Enerzijds de groep die zich uitsluitend op tekenen toelegt en de gunst van een ondeskundig publiek verovert met hun bevallige en vooral nette manier. Van Gool is over deze groep minder tevreden. Anderzijds beschrijft hij de schilders die zich onderscheiden door vrije tekeningen met duidelijke trekken, 'met eene vaste kennis ter neder gestelt zodat ze de waerheit op 't levendigst doen voorkomen aen den beschouwen' (p. 275).

 

afb. 4 Abraham Rademaker, Schiedamse en Rotterdamse poort te Delft; pen en penseel in bruin, 273 x 453 mm, TeyIers Museum, Haarlem.

 

 

 

 

 

 

Van Gool spreekt zich niet expliciet uit over Rademakers positie in deze. Naast zijn waardering voor de tweede soort tekeningen heeft hij blijkbaar ook lof voor tekeningen die een topografische en documentaire waarde hebben, hoewel deze strikt genomen tot de eerste soort behoren.20 In het midden van de 19de eeuw heeft ook Nagler (1842) nog een positief oordeel. (Er) 'gelangte aber zu grosser Vollkommenheit in der landschaftlichen Darstellung'.21 Zijn tekeningen, zo schrijft hij, zijn in de meest voortreffelijke kabinetten te vinden. Immerzeel (1843) spreekt nog van 'fraaije waterverven' van een 'braaf en ijverig man'. Daarna schalt de loftrompet in mindere mate in handboeken. Kramm (1861) spreekt geen kwaliteitsoordeel meer uit, evenals Von Wurzbach (1910) en Thieme-Beeker (1933). Bij Van der Aa (1874) oefende hij zich zozeer 'dat hij niet weinig roem verwierf'. Latere auteurs noemen Rademaker zonder meningen uit te spreken. In zijn boek over de atlas van het Amsterdamse Gemeentearchief schrijft Bakker (1978) dat Rademaker en twee andere tekenaars, Jacob Stellingwerf en Andries Schoemaker allen dezelfde tekentrant hanteerden. 'Zij copieerden zichzelf, elkaar en anderen zo vaak dat hun werk 'dat duizenden blaadjes omvat, tenslotte verviel tot één zouteloze sjabloon. Alleen Rademaker behield ook in dit genre iets van de degelijkheid die zijn 17de-eeuwse opleiding hem had bijgebracht'. De voorkeur van Bakker (1978) gaat duidelijk uit naar de latere groep tekenaars die door Rademaker werden geïnspireerd: Cornelis Pronk en Jan de Beyer munten volgens hem uit door hun knappe composities, hun nuancering, detaillering en verfijnd kleurgebruik.

Twee belangrijke maatstaven om kwaliteit van topografisch werk te beoordelen zijn waarheidsgetrouwheid en artistieke kwaliteit.22 De eerste is controleerbaar met behulp van andere afbeeldingen van de zelfde plek; de tweede is meer subjectief en hangt af van de veranderlijke smaak van kunstenaar en publiek. Als voorbeeld van de waarheidsgetrouwe kwaliteiten van Rademakers werk kunnen afbeeldingen dienen van het Zuideinde in Delft, dezelfde plek die Vermeer weergaf in zijn Gezicht op Delft.23

Rademaker heeft in de gezichten op de Schiedamse poort, die links ligt, en de Rotterdamse poort (rechts, met de voorpoort met de twee torentjes die na 1695 werd afgebroken) afgebeeld met zes verschillende gewassen pentekeningen en twee prenten. De meest gedetailleerde en precieze versie, met stoffering (zie detail in afb. 3) wordt bewaard in het Museum Prinsenhof, Delft. Een iets grotere, maar minder gedetailleerde versie met schepen, maar zonder figuren bevindt zich in het Teylers Museum in Haarlem (afb. 4). Een kleinere, eenvoudiger versie zonder stoffering en schepen is in het Rijksprentenkabinet Amsterdam. Twee bladen uit het Album Rademaker in het Gemeentearchief Delft tonen een vereenvoudigd gezicht op de poorten, elkop een apart blad afgebeeld (afb. 5).

Niet als zelfstandig kunstwerk bedoeld is de grote ontwerptekening in het Museum Prinsenhof, Delft, die door Léon Schenk voor een prent is gebruikt. Om zoveel mogelijk gebouwen op de tekening te krijgen zijn de huizen horizontaal bijeengedrongen. Het gezicht op het zuideinde van de stad is daardoor vervormd. Tenslotte zijn er twee prenten uit het - na Abrahams dood door anderen in 1736 uitgegeven - Alle voornaamste Gesigten van Delft, Gemeentearchief Delft. Op het voorgaande blad en op dit exemplaar is de voorpoort reeds afgebroken. Tientallen andere tekenaars hebben dezelfde, klaarblijkelijk pittoreske, op het zuiden liggende en daardoor zonnige plek weergegeven. Vergelijking leert, dat Rademaker in deze serie van zes tekeningen topografisch in hoge mate betrouwbaar is (met uitzondering van het gedrongen exemplaar). Een aantal details, zoals het tegen de Schie- damse poort aanleunende gebouw met ernaast de voor de koetsen gemakkelijk te gebruiken Kethelpoort (afb. 3) helpt ons zelfs Vermeer's schilderij beter te interpreteren.23 Rademaker is soms minder nauwkeurig met details. De bakstenen muur van de Rotterdamse poort telt bijvoorbeeld bij Vermeer 17 speklagen en bij Rademaker resp. 16, 17 en 18. Rademaker heeft bovendien moeite deze poort in een juist lineaire perspectief weer te geven. De voorpoort lijkt opzij gedrukt te zijn en ten opzichte van de stadsmuur een scherpe hoek te maken, terwijl deze in werkelijkheid slechts gering afwijkt van een hoek van 90o. Dit laatste effect is ook aanwezig maar minder storend op Vermeer's schilderij. De reden dat Rademaker's perspectief hier wringt kan - buiten zijn onvolkomen techniek - zijn, dat hij de voorpoort misschien zelf nooit heeft gezien of getekend. Josua de Grave heeft de poort wel uitgebreid getekend in 1695, misschien met het oog op de voorhanden afbraak. Rademaker was toen ca. 18 jaar oud. Hij kan bij het maken van deze serie zeer wel gebruik hebben gemaakt van oudere tekeningen als bron van documentatie ter aanvulling op zijn eigen waarneming. In deze serie is het duidelijk dat Rademakers artistieke kwaliteit nogal ongelijk is. Bij het bestuderen van het grootste deel van Rademakers tekeningen valt de samenhang op in zijn stijl en vormkenmerken. Niet alleen het formaat, maar ook opschriften, tekentechniek, perspectief, schaduw, boomweergave, stoffering en zijn gouaches lijken in zijn gehele oeuvre vrij constant gebleven.

 

7 Abraham Rademaker, Oud Berkenrode; pen en pensel in lichtbruin, 1650, 120 x 155 mm, Gemeentearchief Haarlem.

8 Oud Berkenrode van de achterzijde.

Het overgrote deel van Rademaker's werk is van het 'standaard-formaat' 155 x 240 mm, de afbeelding liggend weergegeven. Soms zijn er twee van deze tekeningen op een groot blad gezet, de een onder de ander (afb. 7 en 8). Daarnaast komen echter ook andere maten voor, uiteenlopende van twee decimeters tot ruim een halve meter breed. Signaturen komen voor op ongeveer een derde van zijn losse tekeningen, relatief meer tekeningen van betere kwaliteit en relatief minder in samenhangende collecties zoals het Album Beudeker (afb. 9) en de collectie van het Koninklijk Huis.24 Voorop, in een getekend etiket bovenaan het kader staat vaak in schoonschrift de naam van het gebouw vermeld. Jaartallen komen vrijwel niet voor; als ze er zijn geven ze meestal de situatie in een vroegere eeuw aan. Daardoor is zijn stilistische ontwikkeling zeer moeilijk te reconstrueren. Meer dan 95% van de tekeningen zijn monochrome, gewassen pentekeningen, veelal in bruin, soms in grijs en in enkele gevallen in een combinatie van beide tinten. Heel soms is licht in kleur gewerkt. Vele tekeningen zijn licht van toon, hetgeen karakterstiek zou worden voor 18de-eeuwse tekenaars. Rademaker begint vaak met een ondertekening in zeer lichte potloodlijnen, gaat daarover met dunne tot zeer dunne lijnen met pen en inkt en wast dan in dezelfde maar verdunde inkt. Tenslotte brengt hij een intens donkerbruine kader-lijn aan van ca. 1 mm, waarbuiten hij dan soms nog een egaal licht- bruin of grijs kader toevoegt. Enkele tekeningen (bijvoorbeeld afb. 6) zijn in rood krijt uitgevoerd, terwijl zijn zelfportret is met rood krijt is opgewerkt. Van Gool vermeldt, dat Rademaker van jongs af aan altijd bezig was met tekenen, aanvankelijk in oostindische inkt en later in waterverf.

'Zo dra hy deze behandeling fix had, en aen de houding zyner Tekeningen bespeurde, dat hem de Bou- en Door- zichtkunde ontbrak, leerde hy die, zonder iemants onderwys, uit de boeken, daer deze nutte en nodige Wetenschappen in verhandelt worden.'

Vaak is de perspectiefwerking nadrukkelijk aanwezig door benadrukte horizontale en verticale lijnen.

 

 

9 Abraham Rademaker, twee bladzijden uit Album Beudeker, pen en penseel, handschrift door Cornelis Beudeker; fol. 76 nr. 55; Bibliotheek Gemeente- archief Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij rechthoekige gebouwen is de constructie veelal correct, maar bij ronde vormen als vijvers of torens treden snel vervormingen op. Schaduwen werken vaak unificerend en brengen onderdelen in een logische en begrijpelijke verhouding tot elkaar. Een toren waarvan de schaduw op een dak en een muur valt, definieert door de schaduw- en lichtvlakken de positie van elk onderdeel. Bij Rademaker blijft de schaduwwerking in die zin functioneel, en wordt zelden als zelfstandig expressief middel gebruikt. Rademakers gebruikelijke boomweergave begint met een zeer lichte zigzaggende omtreklijn, met stam en takken, in potlood. Daarna worden met pen de stam en de onderbroken takken getekend. Vervolgens wordt het onderste 2/3 deel van de boom gestipt met penseel in dezelfde tint die ook voor de lucht wordt gebruikt. Tenslotte volgt het onderste deel van de boom in donkere penseelstippen en strepen. Het resultaat is een weergave in drie tinten- wit papier daar waar zonlicht de boom raakt en midden tot onderaan meer beschaduwde gedeelten (zie afb. 7 en 8). Slechts in een deel van Rademaker's werk worden figuren als stoffering toegevoegd. Waarschijnlijk was de stoffering mede afhankelijk van de wensen van de opdrachtgevers en de prijzen die zij bereid waren te betalen. Figuren worden steeds in de verte weergegeven, vaak te groot en soms onhandig. Repoussoirs komen weinig voor; figuren worden zelden als zodanig gebruikt. In enkele gevallen blijkt de meesterlijke kwaliteit waartoe Rademaker in staat is in de levendige en volkomen geloofwaardige figuren in een evocatief landschap of stadsgezicht - zoals de grote gouache in Teylers Museum, Haarlem. Een aparte groep van slechts ca. 20 werken bestaat uit kleine gouaches van meestal 150 x 240 mm in zeer dik opgebrachte, ondoorzichtige, met gom vermengde waterverf (afb. 10). Afhankelijk van de gebruikte kleur is het oppervlak glanzend of dof. Van Gool merkt al op, dat hij deze gouaches 'zo natuurlijk en krachtig (wist) op te maken, of ze met Oliverf geschildert waeren' en dat ze zo gewild waren, dat ze 'al by zyn leven rykelyk zyn betaelt geworden.' Veel voorkomende onderwerpen zijn stadsgezichten, rivierlandschappen met heuvels, andere landschappen, kastelen en Italiaanse capriccio's. In enkele gevallen lijkt Rademaker in deze techniek minder bedreven te zijn dan in zijn gewassen pentekeningen. Veel gouaches zijn echter zeer zorgvuldig uitgewerkt en van hoge kwaliteit.

Summary

Draughtsman, painter, printmaker, and print-dealer Abraham Rademaker left behind a large oeuvre in topographical and, landscape drawings and prints. This article presents the results of a study of the major part of Rademaker's drawings (over 350) in Dutch public collections. His techniques and characteristic stylistic features are discussed. After the primary source Van Gool (1750) biographical information has become increasingly incorrect in art history handbooks. Rademaker was born in 1667/77, as shown in ill. 2, not in 1665 as has hitherto been assumed.

===============

(Ook de onderstaande noten zijn gescand van de gedrukte uitgave. Kleine scan-fouten kunnen zijn opgetreden.)

 

Noten

1 Gaarne dank ik de stafleden van het RKD en stafleden van de vele collecties tekeningen die mij genereus hebben bijgestaan met hun informatie en ideeën. Ook dank ik Brenda Kaldenbach voor haar vertaaladviezen.

2 Als Voorbeeld kan dienen: B. Bakker, Amsterdam getekend. Tekeningen en aquarellen uit vier eeuwen in de atlas von het Gemeentearchief, 's Gravenhage 1978, 12.

3 De auteur werkt momenteel aan een oeuvre-catalogus van de tekeningen. gouaches en prenten van Rademaker en verwelkomt informatie over werk in openbare en particuliere collecties. (Dit project is komen te vervallen - opm 2003.)

4 C. Wright Paintings in Dutch Museums, Amsterdam 1980, vermeldt geen schilderijen van Rademaker.

5 De geraadpleegde literatuur: C. Dumas, Het verheerlijkt Den Haag. Achttiende-eeuwse aquarellen en tekeningen door de familie La Fargue en haar tijdgenoten, Den Haag 1984; R. van Eynden en A. van der Willigen. Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst, sedert de helft der XVlII eeuw, Haarlem 1816-1840 (geen vermelding Rademaker). Jan van Gool, De nieuwe schouburg der sche Kunstschilders en schilderes- sen... , 1, Den Haag 1750, 403-9 (Fascimile Amsterdam, 1976). Dr. Hoefer, Nouvelle Biogrophie Générale, 41, Paris 1862, 443. J. Immerzeel jr., Levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche Kunstschilders..., Amsterdam 1843. P.J. Klapwijk, "Naar 't leven geteekent..." topografische tekenaars in Noord-Brabant in de achttiende eeuw'. catalogus tentoonstelling Kastelen in Brabant, 'Van burcht tot landhuis', 's-Hertogenbosch 1982, 28-40. C. Kramm, De Ievens en werken de, Hollandsche en Vlaamsche Kunstschilders..., 5, Amsterdam 1861, 1336. P. Leendertz, 'Vier geldersche geschiedschrijvers met teekenschrift en penseel', Gelre. Bijdragen en Mededelingen 24 (1926), 147-54. E.R. Mandle, Dutch Masterpieces from the eighteenth Century, exh-cat., the Minneapolis Institute of Arts, Minneapolis 1971, 85. G.K. Nagler. Neues allgemeines Künstier- Lexicon..., 12, München 1842, 186-7. Nieuwenhuis, Encyclopeadie, Geillustreerd woordenboek voor Kunsten en Wetenschappen, 8. Leiden 1862, 67. F.D.O. Obreen, Archief voor Neder- landsche Kunstgeschiedenis, 2. Rotterdam 1879-80, 6. E.M.H. de Seyn. Dessinateurs Groveurs et Peintres des Anciens Pays Bas écoles Allemandes et Holiondaise, Turnhout, z.j., 166. Tent. cat. , Tijdelijke tentoonstellingen XVII. Teekeningen van V. Klotz, A - Rademaker, C. Pronk en A. de Haon, Gemeentemuseum 's-Gravenhage 1916. U. Thieme und F. Becker, Allgemeines Lexikon der bildende KünstIer von der Antike bis zur Gegenwart, 27, Leipzig 1933, 547. F.G. Waller. Biogrophisch woordenboek von Noord Nederlandsche graveurs, Den Haag 1938, 265. A. von Wurzbach. Künstler-lexikon, Wien und Leipzig 1910, 375.

6 Staalkaart van fouten: in Thieme- Becker (1933) op-cit-. ' Brier van Gerrit Rademaker' Leendertz 'losse tekeningen komen van hem weinig voor (...) overleed den 12. Januari 1735 te Lisse, behalve tekenaar en graveur was rasdemaker uitgever; Klapwijk (1982) op cit. (noot 5) Hij tekende echter ook vaak naar zijn eigen fAntasie, hetgeen de betrouwbaarheid van sommige van zijn tekeningen ondermijnt. Bedroefd ben ik over Mandle (1971) op.cit. (noot 5): 'broer van Gerrit (... ) zoon van timmerman (... ) verhuisd naar Amsterdam in 1706, zijn broer volgend die bij van Gool in de leer was.' (Dumas 1983) op.cit. (noot 5) volgt helaas gedeeltelijk Mandie (1971). Het monogram dat Von Wurzbach (1910) afbeeldt heb ik nergens aangetroffen.

7 Obreen, op.cit. (noot 5).

8Voor de verhuizing naar Haarlem is op 9 juli 1728 nog een lijfrente afgesloten voor Maria bij de stad Amsterdam, zie noot 11. Bovendien maakt hij een serie tekeningen en gouaches voor het Stamboek van Joanna Koerten Blok, ondere andere in 1716.

9 M.M. Kleerkoper en W.P. van Stockum, jr., De Boekhandel te Amster- dam.... 2, 's-Gravenbage 1916, 1144- 47. Het origineel bevindt zich in het Notarleel Archief Amsterdam, Gemeentearchief, nr. 7006, p. 149, 12 juli 1724, notaris C. van Loon. en is correct getranscribeerd.

10 L. van Nierop, 'Schilderijen van A. Rademaker', Amstelodamum 26 (1939), 41.

11 Collaterale successie (dit is een erfenis die op een zijtak overgaat; ook is het de naam van de extra belasting bij kinderloos overlijden). Hierna volgt de transcriptie van de Collaterale successie 1735, p. 148, Gemeentearchief liaarlem. Abraham Rademaker. Reg. f. 281. Octob. 1735. Abraham Rademaker overleden January 1735. Verclaare ik onderges.: als erfgenaam van den bovengenoemde Abraham Rademaker, dat den selven geen ander oft meed en goed, +collateraal- subject heeft nagelaten als. tot Haar- lem de 1/2 in een huijs, met de daar staande en leggende in de soete straat-belent, noorden Hendriek Duijnhoven, ten zuijden Jan Molenaar getax. op fl 300,--.
den 20-. penn 15:-.-
1/10 verh: f 1.10
16.10
80-pen 3:15:-
20:5
clerq 6

Nog de 112 in een Lijfrente van fl 95 s jaars ten lasten van Amsterdam en ten lijve van Maria Rosekrans oud 63 jaren ind.o 9 juli 1728 No 3373: dus volgens ord: en voord. 112 f 190:-.
den 20: pen...- f 9:10:-
1/20 verh... -:19:-
31-0
Voldaan 17 4121 35 Soo Waerlijk moeten mij God Almagtig helpen Maria Roosekrans.'

12 11. Miedema, De archiefbescheiden von het St. Lukasgilde te Haarlem, 2. Alphen aan de Rijn 1980, 769; 933.

13 H. van Hall, Portretten van Nederlandse beeldende Kunstenaars, repertorium, Amsterdam 1963, 259. F. MulIer, Beschrijvende catalogus von 7000 portretten von Nederlanders... Amsterdam 1953, 208 (Facsimile Soest 1972).

14 Informatie verstrekt door Drs. J.F. Heijbroek, Rijksprentenkabinet.

15 Reproducties o.a. in Mandle (1971) en Dumas (1984), beiden op.cit. (noot 5). Het origineel van het zelfportret bevindt zich in het Gemeentearchief Amsterdam. Leendertz (1926) op.Cit. (noot 5) geeft een foto van een tekening (zonder plaatsverinelding) met als fotobijschrift: 'Teekening in Oost- Ind. inkt, door P. Wagenaar. Beeld- grootte 63 x 57 mm; papier 105 x 95 mm., Deze tekening is waarschijnlijk het origineel, dat gediend heeft voor de vervaardiging van zijn portret op de titelprent van 'Het Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden' door Brouërius van Nidek en Le Long, deel 1. uitg- 1792. Ik heb deze laatste afbeelding nog niet aangetroffen. Vergeleken met onze afb. 1 is de kamerjas gelijk, ook haardracht en hoed, maar de achtergrond vertoont een schilderij of grote tekening van een kasteel. Van Hall, op.cit., (noot 13) vermeldt nòg een portret door Wagenaar in Oost-indische inkt.

16 Informatie van de heer F. Tames, Gemeentearchief Haarlem. Bij de afbraak van de Weeskerk werden alle beenderen overgebracht naar de Janskerk. In dat gebouw is nu het Gemeentearchief met tekeningen van en documenten o.a. over Rademaker gehuisvest'

17 Maria Roosekrans wordt op 1 december 1750, oud ca. 78 jaren, begraven in de Grote Kerk, op het lage koor, no 70 voor de aanzienlijke somma van fl 23,- (Doodboek 1750, p. 265, Haarlem).

18 Over de veiling is verder niets te vinden, ook niet in F. Lugt, Répertoire des Catalogues de ventes publiqués.... La Haye 1938.

19 L. de Vries, 'Jan van Gool als kunst- criticus', Oud Holland 9714 (1983), 266-83.

20 Vriendelijke mededeling van Lyckie de Vries, afd. kunstgesch., RUG.

21 Nagler; Immerzeel; Kramm; Von Wurzbach; Thieme-Beeker, allen op.cit. (noot 5). A.J. van der Aa. Biogrophisch Woordenboek,16, Haarlem 1874, 32-3; Bakker op.cit. (noot 2).

22 Van Gool op.cit. (noot 5), 405. 23 A. Wheeloek jr. en C.J. Kaldenbach, 'Vermeer's view of Delft and his vision of reality', Artibus et Historiae 6 (1982), 9-35. Mijn aandacht werd voor het eerst op Rademaker gevestigd tijdens een studie naar Vermeer's Gezicht op Delft uit 1660. Om Vermeer's natuurgetrouwheid te kunnen bestuderen werd door mij een zo compleet mogelijk archief aangelegd van fotoreproducties van kaarten en profielen van Delft, en daarnaast van tekeningen en prenten door andere kunstenaars van de specifieke plek die Vermeer heeft af- gebeeld. De Schiedamse en Rotterdamse Poort. Rademaker speelt in deze documentatie een belangrijke rol. De documentatie ligt ter inzage in het Mauritshuis, 's-Gravenbage. De formaten van de genoemde tekeningen zijn als volgt - Prinsenhof 220 x 150 mm, Teylers 270 x 450 mm, Rijksprentenkabinet 150 x 280 mm, Gemeentearchief Delft 130 x 200 mm, Prinsenhof 5-,0 x 980 mm (In de ernaar gemaakte prent 580 x 980 mm. 24 Opvallende collecties van tekeningen en gouaches van Rademaker bevinden zich in het Gemeentearchief Delft, het Koninklijk Huisarchief te 's-Gravenhage en het Rijksprentenkabinet. Amsterdam. Zie voor de tekeningen van Rademaker in het Koninklijk Huisarchief: Tent.cat. Zicht rond Gooi en -Sticht. Tekeningen en aquarellen uit het bezit van Hare Majesteit de Koningin, Laren/Utrecht 1973. Uitzonderlijk is met name het bezit van het Gemeentearchief Amsterdam.

Naast de kleine maar zeer gevarieerde verzameling tekeningen bevindt zich hier het Album Beudeker, samengesteld en met de hand geschreven door de suikerbakker Christoffel Beudeker (ca. 1675 -1756); zie voor Beudeker: I.B. van Eeghen, 'Christofel Beudeker, suiker- bakker en verzamelaar', Amstelodamum 71 (1984), 103. Het titelblad van het Album Beudeker meldt: 'Oudheden van Amstelredamnie, met Aantekeningen opgehelderd, meerendeels door Abraham Rademaker getekent. benevens een korte beschrijvinge van de Oude Schutters Doelens denzelver Stad. Uit Liefhebberij vergaderd en beschreven door Christoffel Beudeker. Het bestaat uit 153 forse bladzijden (390 x 320 mm). ingebonden in een kloeke, fraai gestempelde band, en werd door de Gemeente in 1891 aangekocht voor de niet geringe somma van fl 245, . Er is, of was, in het Gemeentearchief Amsterdam nog een soortgelijk hand- schrift van Beudeker met de titel Geschiedkundige beschrijving van Amsterdam, 43 cm groot!, zonder datering en 158 bladzijden; helaas is dit album ruim een halve eeuw spoorloos verdwenen. Minder spectaculair dan het Album Beudeker is het Album Rademaker in het Gemeente archief Delft. Het bestaat uit 50 gewassen pentekeningen is grijs, 20 x 13 cm, met voorstellingen van Delft. Achterin deze band zijn tekeningen van Josua de Grave gebonden.

======================

Deze versie van de tekst - miniem gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke tekst - is gescand en op internet gepubliceerd in mei 2001. Oorspronkelijk is deze tekst gepubliceerd als 'Abraham Rademaker, nieuwe biografische gegevens en een verkenning van zijn getekende werk' in Leids Kunsthistorisch Jaarboek, achttiende eeuwse kunst in de Nederlanden, Delft 1987, 165-176.

email kalden@xs4all.nl

Launched 9 juni 2001. Updated May 27, 2009. Update 22 feb. 2013

 

====================

Adriaen Coorte, by Quentin Buvelot, book & exhibition catalogue.
De Grote Rembrandt, door Gary Schwartz, boek.
Geschiedenis van Alkmaar, boek.
Carel Fabritius, Tentoonstellingscatalogus.
Frans van Mieris, Tentoonstellingscatalogus.
From Rembrandt to Vermeer, Grove Art catalogue, book.
Vermeer Studies, Congresbundel.
C. Willemijn Fock: Het Nederlandse interieur in beeld, boek.
Het Huwelijksgeschenk (1934), boek over de egoïstische vrouw, die haar luiheid botviert.
Zandvliet, 250 De Rijksten van de Gouden Eeuw , boek + nieuwe stippenplattegrond!
Ik doe wat ik doe, teksten van Lennaert Nijgh , boek + cd
Het Rotterdam Boek, boek.
Bouwen in Nederland 600 - 2000, boek.
Hollandse Stadsgezichten/ Dutch Cityscape, exhib. cat.

TEFAF 2008 and 2013 art fair

====================